Wilhelminastraat (2)
(foto links) Afbeelding 5
Opgedost voor de Heilige communie van André
Achter v.l.n.r. mijn moeder, Robby en Sonja. Vóór v.l.n.r. Agnes , ikzelf en Tonnie
Afbeelding 4
Afbeelding 5
(foto rechts) Afbeelding 4
De RK kleuter- en basischool, destijds aan de Kanaalstraat op de nummers 145-147
Als kind kan ik me iets herinneren dat ging van: wagen en wiel, wagen en wiel, dit is een vogel en dat is een vis en dat is een meisje dat bedrogen is in de maneschijn……..enzovoorts. Een ander favoriet die nooit aan het repertoire ontbrak is de welbekende uitvoering van de begrafenis van Manke Nelis en de terugkomst van Manke Nelis.
Zaterdagsavond in de tobbe. Fluitketel op het gas en vullen maar. Van oud naar jong, kunt u zich voorstellen hoe ik als benjamin heb moeten afzien (geintje). Eén troost, iedereen deed ’t op die manier. Het fenomeen douchen kwam pas veel later. Toen ik een stuk ouder werd, ik denk zo na mijn tiende ging ik met mijn broertjes en zusjes naar het Gemeentelijk badhuis in de Zocherstraat achter de Overtoom.
Voor dat ik teveel afdwaal, terug naar het begin van mijn verhaal. Net als iedere kleuter in mijn geval naar de Rooms Katholieke kleuterschool. Bij de nonnen en wel om de hoek in de Kanaalstraat (afbeelding 4). Wat ik later van mijn moeder hoorde bleek de opstart wat moeizaam te verlopen. Als benjamin was ik een moederskind en moest in het begin niets van die nonnen hebben.
Pagina 2
Afbeelding 4
Afbeelding 3
(foto linksboven) Afbeelding 3
De Boldootwagen uit begin 1900 voor het ophalen van menselijke uitwerpselen.
De bijnaam kunt u zelf wel bedenken, vermoed ik zo.
Rooms katholieke geloof. Net als mijn broers en zusters werd ik in 1946 gedoopt in de Sint Vincentiuskerk aan de Jacob van Lennepkade (afbeelding 2a en 2b, vorige pagina). Zoals vele, vele kerken in Amsterdam, heeft ook deze kerk in de zeventiger jaren het loodje moeten leggen. Op 12-jarige leeftijd hebben mijn ouders een besluit genomen om met het verbonden zijn aan een parochie resoluut te stoppen. Voor mijzelf betekende dit een overgang van een RK school naar het Openbaar onderwijsde tijd dat we het geloof beleden kan ik mij nog veel herinneren. Vooral de kerstvieringen maakten op mij als kleuter grote indruk. Ik geloof dat ik op mijn 10-e verjaardag mijn heiligecommunie deed. Precies weet ik dat niet meer. Wel herinner ik mij dat ik “blij was dat ik Onze Lieve Heer in mijn hartje had gekregen”. . .

Een uitspraak waar ik later nog vaak mee gepest zou worden. Kunt u zich voorstellen met al die grote speelden we zelf het dienstritueel na op de veranda, Met een oud laken over wat kratten hadden wij zo ons eigen altaar. Om beurten waren we dan misdienaar.Ook hoorde bij het ritueel het biechten met de daaraan verbonden onze vaders en wees gegroetjes'. Voor zover ik nagaan heb ik daar nooit hekel aan gehad.
Vanuit de kerk hadden mijn ouders veel vrienden en kennissen, zoals de familie Druif uit de Kanaalstraat.
Onze achterveranda keek uit op de hunne. Tante Inie was destijds nogal gezet en droeg wijde kleding. wat mij als kind opviel is dat zij in plaats van een jarretel, breed elastiek gebruikte om haar nylonkousen op te houden.
Zoiets blijft je om wat voor reden dan ook bij. Haar man, ome Siem was een zachte eenvoudige boerenman. die nauwelijks tegen haar was opgewassen. Ome Siem was overduidelijk de huishoudsloof. Hetgeen hem dan ook de titel "Jan theedoek" opleverde. Daar weer kennissen van, een familie die aan de overkant in de Kanaalstraat woonden, richting Staringstraat, waren ook met mijn ouders bevriend. Ik denk dat die familie Zijlmans heetten. Volgens mijn broer Chris kreeg mijn vader schilderles van die man. Hetgeen mijn vader verdienstelijk beoefende. Zo ook de familie Postma die in de buurt op de Postjeskade woonden. Wél kan ik mij herinneren dat wij bij die familie één of meerdere keren Oud en Nieuw hebben gevierd. Het ontbreken van televisie maakte dat soort avonden tot halve bruiloften. Althans zo ligt het in mijn geheugen opgeslagen. Gezamenlijke spelletjes geleid door mijn vader die de gave bezat anderen te kunnen vermaken. Menigmaal wierp hij zich op als conferencier bij bruiloften en partijen. Een gangmakertje dus. Hij besteedde veel tijd in het verzinnen en uitvoeren van spelletjes, waarbij hij met een aanwijsstok plaatjes aanwees die het gezelschap dan moest nazingen.

Eenmaal gewend bleek ik hun oogappeltje te worden.In datzelfde perceel was ook de lagere school gevestigd waar ik tot het derde leerjaar ben gebleven. Ook daar werd les gegeven door nonnen. Een allesbehalve eenvoudig leven voor mijn ouders tijdens de 50-jaren met de roemruchte bestedingsbeperking. Een vader die veel werkte maar daarover later meer. Het staat mij niet meer goed voor de geest of mijn moeder tijdens mijn kleuterperiode werkte of niet. Ik denk het eigenlijk niet. Wel in een later stadium.