Wilhelminastraat (5)
(foto linksboven) Afbeelding 9
De Rooms Katholieke zustersschool aan de Kanaalstraat achter de Vincentiuskerk, gelegen aan de Jacob van Lennepkade
(foto uiterst rechts) Afbeelding 11

Samen met onze gemeenschappelijke vriend Anton (in het midden) die destijds in de Kanaalstraat woonde (foto uit 1957)
Mijn moesder
Agnes
Robby
André
Sonja
Tonnie
Afbeelding 9
Afbeelding 10
Afbeelding 9
(foto hiernaast) Afbeelding 10

De speeltuin op het J.J. Cremerplein was het onderkomen van de stichting "Tussen twaalf en twee". Op de achtergrond het gebouwtje waar o.a. de eetactiviteiten  plaatsvonden


Vanaf mijn derde leerjaar op deze nieuwe school kregen wij les van juffrouw (zo noemde je destijds de lerares onafhankelijk of zij wel of niet getrouwd was) van Borssum. Later toen ik op de MULO zat heb ik haar nog wel eens opgezocht in haar woning op de Churchillaan. Ik moet toegeven dat ik haar oogappeltje was. Waarschijnlijk zo gekomen om dat ik nieuw op die school kwam en in het begin wat extra aandacht vanwege een ander leersysteem (RK versus Openbaar onderwijs) nodig had.
Afbeelding 11
In het laatste (zesde) leerjaar kregen wij les van een leraar op leeftijd wiens naam ik mij helaas niet meer kan herinneren. Wel weet ik dat de man een groot verteller was. Zo vertelde hij dat hij van boerenafkomst was. Als kind moest hij zijn vader helpen bij het bemesten van bloemkool. Hij moest dan, althans zo vertelde hij het ons, met een stok naast iedere kool een gaatje prikken waar hij dan met een schenkkan met water aangelengde mensenontlasting in moest gieten. Dergelijke verhalen vond je als stadskind natuurlijk hoogst interessant. Of het allemaal waar was heb ik nooit na kunnen gaan.
Iedere dag moesten de kachels met bruinkool worden opgestookt. Grote ijzeren kachels met een plaatstalen hek er om heen. Dat was ook de plek waar in de winter ’s morgens de schoolmelk werd gestald om te ontdooien, waarbij zich een dikke laag room vormde. De meeste kinderen griezelden hiervan. Ikzelf vond dat heerlijk.

Het was in die periode met zes opgroeiende kinderen en de daarbij grote kosten en weinig inkomen, dat mijn moeder besloot zelf overdag wat te gaan verdienen. Dat hield wel in dat wij en zeker de kleinsten tussen de middag moesten overblijven. In die tijd bestond er een stichting genaamd ‘tussen twaalf en twee’ die onder begeleiding kinderen tussen de middag opving en toezicht hield.

En zeker maakten dat de kinderen op tijd weer naar school gingen. In ons geval hield dat in dat wij naar de speeltuin op het J.J. Cremerplein gingen. Voor zover ik kan nagaan betrof dat mijn broer Tonny en ikzelf. Mijn zusters zaten in die periode nog op de zusterschool in de Kanaalstraat. Ik dacht aangebouwd tegen de toenmalige Sint Vincentiuskerk (afbeelding 9). Een voorval, ik meen met mijn zus Sonja was gebaseerd op wat men tegenwoordig de 'dressing code' noemt. Tijdens een warme dag had een van de leerlingen uit de klas haar blouse wat laag losgeknoopt. Waarbij een non een opmerking had geplaatst als "doe je bloesje eens dicht". "Nou toen hebben wij gelachen...!" Althans zo vertelde mijn zus het verhaal vol vuur thuis. U moet het natuurlijk wel zien in dié tijd.

Bij de stichting (afbeelding 10) kregen wij dagelijks warme kost welke werd verkregen vanuit de Gemeentelijke gaarkeuken en in stalen ketels werd aangevoerd. Dit bestond altijd uit een hoofdmaaltijd met een toetje. Op metalen borden. Het is hier waar ik een trauma ten aanzien van eten van één bord heb opgelopen. Eerst stamppot en in hetzelfde bord pap na. Ik zie nog de restanten stamppot boven op de vla drijven. Verschrikkelijk vond ik dat. Het toetje bestond afwisselend naast vla uit een reep kaas, een plak worst of een hard gekookt ei. Die eieren waren meestentijds blauw gekookt, wat eigenlijk bij grote hoeveelheden eieren praktisch onvermijdelijk is. Tonny en ik vonden dat geen bezwaar wat inhield dat wij en nog wat anderen de door veel kinderen geweigerde eieren mochten opeten.

Naast de verstrekking van een warme maaltijd werd er veel tijd ingeruimd om ten bate van de jaarsafsluiting een operette in te studeren. “Repelsteeltje” was er zo een. Geknutseld werd er aan decorstukken. Ik heb ook dit ervaren als een periode in mijn leven welke ik niet had willen missen. Ik ben er haast van overtuigd dat mijn broer Tonny hier zijn tik voor het amateur toneel heeft opgelopen. Ook hij was er bezeten van.

Jan Horn uit de Lootsstraat, die ook deelnam aan de opvang en een vriend van mijn broer Tonnie was, had jaren daarvoor een oog verloren en droeg een glazen kunstoog. Tijdens het spelen in de alkoof thuis was een opklapbed naar beneden gekomen. Eén van de poten die uitklapten, verbrijzelde zijn oog. Een triest ongeluk.

Uiteraard zonder medeweten van de begeleidsters ronselde Tonnie en ik kandidaten die tegen inlevering van snoepgoed als kokosbroodjes, ouwel, dubbelzoutjes en dergelijke een demonstratie oogkas kijken konden bijwonen. Jan verwijderde dan op de toiletten zijn glazen oog. Uiteraard tegen betaling van snoepgoed. Achteraf gruwelijk eigenlijk. Maar ja als kind vind je dat allemaal wel spannend, nietwaar?

Dan was er ook onze gemeenschappelijke vriend Anton, die uit  de Kanaalstraat kwam (afbeelding 11).
Pagina 5
Zoals bijvoorbeeld de asfaltering van de Eerste Helmersstraat (afbeelding 9). Als kind haastte ik mij uit school om van die gebeurtenis maar niets te hoeven missen. Wel al een asfalteermachine, maar daarnaast veel handwerk. Het handmatig aanstrijken bij de stoepranden bijvoorbeeld. En dan die wals eroverheen. Prachtig vond ik dat.
Afbeelding 9
(foto rechts) Afbeelding 9

Asfalteringswerkzaamheden in Amsterdam